VH2

DE BROUWERIJ

DE BROUWERIJ

Op 1 januari 2009 gaf Luc Van Honsebrouck, toen negenenzeventig, de roerstok over aan zoon xavier (°1967). Xavier was toen al ruim twintig jaar lang actief in de brouwerij, vooral in verkoop en export. Geleidelijk nam hij de leiding over van zijn vader. De tijden zijn veranderd. Zolang meneer luc de brouwerij leidde, ontving de brouwmeester of iemand van marketing de journalisten. Pas na het bezoek maakte luc zijn opwachting in het proeflokaal voor een rondje. Xavier ontvangt de gasten zelf, zet zelf een kopje koffie en schenkt zelf het bier uit. Eens brouwer, altijd brouwer.

“Weet je wat de cijfers 7 – 4 – 2 betekenen?”, steekt hij van wal. “Ik ben de zevende Van Honsebrouck die brouwt, de vierde die hier in Ingelmunster de roerstok hanteert en de tweede die alleen speciaalbieren maakt.”

 

The-Brewery-blocks 

Geschiedenis

De stichter van het brouwersgeslacht Van Honsebrouck was Amandus (1811 – 1865).  Hij was burgemeester in Werken. Hij had er een boerderij met een melkerij, een brouwerij en een stokerij. Na zijn plotse overlijden volgde zijn zoon Emile (1844 – 1929) hem op als brouwer en als burgemeester (tot 1878). In 1863 was Emile gehuwd met Louise De Poorter uit Ingelmunster. Het jonge paar vestigde zich in de ouderlijke boerderij in Werken. Maar het boterde niet tussen Louise en haar schoonmoeder.  Ook de kleinkinderen waren er niet echt welkom. Emile en Louise verlieten Werken om een eigen brouwerij te beginnen. De eerste pogingen in Vichte en Kortrijk mislukten. In 1900 vestigde het echtpaar Van Honsebrouck – De Poorter zich in een kleine hoeve aan de rand van Ingelmunster. De kleine brouwerij Sint Jozef was geboren.

Ingelmunster

Emile was niet geschikt om een brouwerij te leiden. Louise bestuurde zowel de brouwerij als het gezin met vijf kinderen. In 1922, toen Emile bijna tachtig was, vertrouwde ‘merke’ – zo noemden de kinderen hun moeder Louise – de brouwerij toe aan zoon Paul. Samen met zijn oudere broer Ernest nam hij de roerstok over. Beide broers slaagden erin om de brouwerij in stand te houden na de ravage van de Eerste Wereldoorlog. Ernest relativeerde zijn brouwkunst: “Ik heb het brouwen geleerd van mijn broer Paul, die ’t heeft geleerd van ons vader die het ook niet kon!” Toch slaagden beiden erin om de brouwerij in 1930 uit te breiden met een nieuwbouw met vier verdiepingen. Ze beschikten er over een mouterij, een opslagplaats voor gerst en waterbakken. Het gelijkvloers werd een tonnenmagazijn met vijftien foeders van 180 tot 250 hectoliter. Een nieuwe brouwzaal, tankzaal en bottelarij vormden het sluitstuk van de renovatie in 1939. De broers hadden een goede overeenkomst gesloten met aannemer Crop uit Meulebeke. De helft van de werken werd cash betaald, de andere helft in bier. Paul en Ernest brouwden de lagegistingsbieren bock, export en pils. Deze omschakeling kostte veel geld en energie, maar bracht weinig geld in de lade. Toch bleven de broers trouw aan hun belofte aan moeder Louise: “Zolang ik leef, moogt ge twee zaken niet tegenkomen: stoppen met brouwen of in failliet gaan. Maar als ik dood ben, doet ge wat ge wilt.” Ernest bleef ongehuwd, Paul huwde Germana Ampe met wie hij acht kinderen had. Eén van de jongste zonen, Marc, zou de brouwerij overnemen. Maar toen vader Paul op vrij jonge leeftijd ernstig ziek werd en het gevaar bestond dat hij zou overlijden, zag de oudere zoon Luc (°1930) de kans schoon om te vragen of hij niet voor brouwer mocht studeren. Tijdens de vakantieperioden hielpen de vier zonen mee in de brouwerij, ze kleefden vooral etiketten. Na één jaar brouwerijschool was Luc dat kleven beu. Hij mocht toen stagelopen in andere brouwerijen om wat bij te leren. Vooral in de Wicküler – Kupperbrauerei in Wuppertal/Duitsland leerde hij dat orde, netheid en discipline noodzakelijk zijn voor het beheer van een brouwerij. Na zijn studies was hij klaar om het roer over te nemen.

Luc

Toen Luc Van Honsebrouck in 1953 zijn eerste stappen zette in brouwerij Sint Jozef, was er bruin tafelbier, export, pils en het West-Vlaamse streekbier oud bruin. Hij besefte al snel dat zijn kleine familiale brouwerij niet kon concurreren met de grote pilsbrouwerijen. Luc concentreerde zich op oud bruin dat in 1954 de naam Bacchus kreeg. Amper een jaar later stopte hij met pils brouwen. Hij ruilde de naam Sint Jozef voor Van Honsebrouck! Luc wilde in de eigen cafés pils verkopen. Daarom sloot hij een ruilovereenkomst met Krüger uit Eeklo. Zij zouden Bacchus verkopen, hij Krüger Pils. Hij verkocht veel, zij zeer weinig. De echte doorbraak van Bacchus was rond 1975, toen de vraag naar Rodenbach, een vergelijkbaar bier het aanbod van de gelijknamige brouwerij oversteeg. De productie van Bacchus steeg tot 25.000 hl per jaar. Maar een brouwerij kan niet overleven op één bier. Toen de Gueuze Belle Vue opgang maakte begin jaren vijftig, begon vader Paul dat bier te verdelen. Eerst kocht hij twintig kratten, dan vijftig en tenslotte honderd. Het succes bracht Luc op het idee om naast de Bacchus een tweede speciaalbier te creëren: gueuze. De grondstoffen en de brouwwijze vormden geen probleem. Maar hoe plant je de wilde gisten uit de Zennevallei over naar het et ruim honderd kilometer verder gelegen Ingelmunster? In 1957 kocht Van Honsebrouck lambiekwort bij Van Halen Frères in Ukkel. Dat wort was op de koelbak geënt met de aanwezige microflora en werd een dag later naar Ingelmunster gereden. Daar werd het wort overgepompt in de foeders waarin ook de Bacchus rijpte en vermengd met wort uit de brouwerij. Luc entte de gistcultuur over van de ene foeder op de andere. Zo slaagde hij erin om met relatief weinig aangekochte wort toch voldoende lambiek te produceren voor de eigen gueuze en kriek.

Gueuze St-Louis

Het bier op basis van lambiek werd Saint Louis genoemd naar Louis Lampaert, de grootvader van Luc’s echtgenote. Louis was tot 1920 brouwer in Nevele. De Gueuze en Kriek Saint Louis werden gelanceerd in 1958, niet toevallig het jaar van de wereldtentoonstelling in Brussel. Later volgden nog framboise, cassis en pêche en in 2001 werd de Premiumreeks zoetere fruitbieren gelanceerd. In Ingelmunster schuwden ze het experiment niet. Volgens Jef Maes, brouwer bij Van Honsebrouck sedert 1968, vertrok er wort uit de brouwerij naar het Pajottenland om daar een nacht lang af te koelen en intussen de microflora van de streek op te nemen (wilde vergisting). Maar het lukte niet. De microflora bleek niet zozeer uit de lucht afkomstig maar wel uit de brouwerij. In elk brouwsel vond hij voldoende voedsel om zich te vermenigvuldigen. Uiteindelijk kwam de microflora er ongewild! Eind jaren zestig was Saint-Louis zo succesvol dat de brouwerij onvoldoende koelcapaciteit had. De compressor kon niet meer volgen. Men besliste toen om het in onbruik geraakte koelschip opnieuw in te schakelen. Het oude ijzeren koelschip, bekleed met roestvrij staal, had slechts negentig hectoliter inhoud. Een verdieping lager plaatste men een nieuw roestvrijstalen koelschip met 240 hectoliter inhoud bij, samen goed voor één brouwsel. Het derde en laatste brouwsel van de dag werd op het koelschip gebracht zoals in het Pajottenland. Door de jarenlange aanwezigheid van het wort van Van Haelen had zich in de brouwerij een biotoop gevormd met de benodigde wilde gisten (Brettanomyces). De Brusselse lambiekwort was dus overbodig. Vanaf 1971 kocht men geen lambiekwort meer aan: Saint-Louis werd pur sang West – Vlaams. Enkele jaren later bood Van Honsebrouck gueuze op vat aan. Zo werd de brouwerij uit Ingelmunster, wars van elke traditie, de tweede grootste gueuzeproducent van het land. Met die gueuze op vat was Van Honsebrouck concurrent Belle Vue voor. Onder druk van het succes van dat vatenbier zag marktleider Belle Vue zich verplicht te volgen en startte Vanden Stock ook met gueuze van ’t vat. De concurrentie tussen Belle Vue en Saint Louis werd vanaf 1978 verder uitgevochten op het voetbalveld: Anderlecht speelde met Belle Vue op de truitjes, Club Brugge met Saint Louis. De verkoop steeg toen elk jaar. In 1981 vierde de brouwerij een storting van één miljoen kilogram mout. Ook in het buitenland ging de concurrentie verder. Toen de bieren van Vanden Stock in Frankrijk opgang maakten, sloot Luc in 1990 een exclusiviteitscontract met Heineken France. Ondertussen had Luc Van Honsebrouck ook op wettelijk vlak zijn slag thuisgehaald. In een poging de lambiek wettelijk te beschermen tegen namaak waren de lambiekbrouwers uit de Brusselse regio erin geslaagd minister van Volksgezondheid Alfred Bertrand een KB te doen uitvaardigen met daarin alle voorwaarden waaraan lambiek moet voldoen. Eén van deze voorwaarden was een geografische beperking van twintig kilometer rond Brussel. Luc Van Honsebrouck kwam dit toevallig te weten. Op een dag kreeg hij bezoek van Edgar Winderickx die hij nog kende van de brouwerijschool. Edgar was lambiekbrouwer in Dworp. Hij was naar Ingelmunster gereisd om zijn bier aan te prijzen vermits het verboden zou worden nog gueuze te maken buiten de Brusselse regio. Luc wist meteen wat hem te doen stond. Hij ging in beroep tegen het nakende KB met als voornaamste argument: “Als de Brusselaars beweren dat men in Ingelmunster geen gueuze kan maken, dan zal het wel zichzelf verbieden.” En hij kreeg gelijk. Van Honsebrouck heeft nooit spijt gehad dat hij ‘verraad’ pleegde aan de traditionele gueuze door te filteren, aan te zoeten, te satureren en te pasteuriseren. In de periode 1965 – 1970 vergaderden de Brusselse brouwers elke woensdag in een café aan de August Ortstraat nabij de beurs. Op een woensdag zat Luc aan tafel met ondermeer Jozef De Nève uit Schepdaal en Van der Perre en De Boeck uit Brussel. Deze lambiekbrouwers produceerden ambachtelijke geueuze. Jozef De Nève zei: ”Ik verkoop wat ik kan brouwen”, waarop Luc Van Honsebrouck: “En ik brouw wat ik kan verkopen.” Ruim dertig jaar later, zei Luc Van Honsebrouck hierover: “Zij volgden de aanpak van Constant Vanden Stock niet en bleven bij de traditie. Zij werden de één na de andere door Vanden Stock opgekocht.” Toch liet Van Honsebrouck zich later ook verleiden tot de traditie. Bij een brouwerijbezoek met de studenten van de afdeling brouwerij-, mouterij- en gistingsindustrie van de Hogeschool CTL in Gent onder leiding van professor Gilbert Baetslé op zaterdag 5 december 1992 opperde bierkenner Jef Van den Steen tegenover Luc Van Honsebrouck dat zijn Gueuze Saint Louis bij de bierliefhebbers veel aan sérieux zou winnen als er ook een ongefilterde en op fles hergiste Gueuze Saint Louis zou bestaan. Luc Van Honsebrouck nam deze uitdaging ernstig en beloofde Jef dat hij peter mocht zijn van dat nieuwe bier. En hij hield woord: in 1997 werd in het kasteel van Ingelmunster, in aanwezigheid van ondermeer wijlen beerhunter Michael Jackson de Gueuze Saint Louis Fond Tradition voorgesteld. De lambiekbieren nemen anno 2010 vijfenveertig procent van de productie in, ruim 43.000 hl. Daarnaast zijn er de hogergenoemde Bacchus, de speciaalbieren Brigand (1980), het Kasteel assortiment (vanaf 1989), Cuvée du Château (2009), Trignac (2013) en Filou (2014). Pils wordt er niet gebrouwen ‘om de groten niet voor het hoofd te stoten’.

Xavier

“De brouwerij lag in 1900 aan de rand van het dorp, nu ligt ze in de bebouwde kom met alle gevolgen vandien. We kunnen bijna niet uitbreiden.” Zo legt Xavier uit waarom de houten foeders verdwenen zijn bij Van Honsebrouck. Toen in 2008 een nieuwe en grotere afvulinstallatie geplaatst werd was er geen plaats meer voor foeders. Ze waren bovendien versleten en niet langer geschikt voor hergebruik. Ondertussen werd boven de afvullijn een nieuwe ruimte gecreëerd waar sinds 2012 weer foeders kunnen staan. Voorlopig redt de brouwer zich met toegevoegde houtkrullen en houtstaven van Franse eik. In het koelschip ent de typische microflora uit de omgeving zich op het wort. “De lambiekbieren blijven zeer belangrijk voor onze brouwerij”, vindt Xavier Van Honsebrouck. “Maar de groei is nu vooral te vinden bij Kasteel. We maken onze kriek met Oblacinsky krieken uit Polen die in een extern vrieshuis worden opgeslagen. Het bier rijpt zes maanden lang samen met de krieken. We blijven ook de Fond Tradition maken.” Ook hier is Van Honsebrouck een voorloper. De flessen van 37.5 cl worden enkel afgesloten met een kroonkurk, zonder kurk dus. Net zoals vader bekijkt Xavier de traditie kritisch! Xavier is getrouwd met met Lindsey Herman. Ze hebben samen twee tweelingen: Axelle en Michelle (° 1997), Jean – Baptiste en Delfine (° 2000). In 2008 werd Xavier Van Honsebrouck gevolmachtigd statutair zaakvoerder. In 2010 nam hij als statutair zaakvoerder de leiding van brouwerij Van Honsebrouck over van vader Luc. Xavier is een bereisd man. Hij volgt de trends in en buiten de bierwereld en laat er zich door inspireren voor nieuwe creaties binnen en buiten het bestaande assortiment.

Kasteel

In 1989 zag Kasteel Donker het licht, de eerste van de lichting Kasteel bieren, oorspronkelijk geïnspireerd door het kasteel van Ingelmunster, eigendom van de familie Van Honsebrouck. In de loop der jaren werd het rijtje aangevuld met Kasteel Blond, Kasteel Tripel, Kasteel Hoppy, Kasteel Rouge en Kasteel Winter, inmiddels omgedoopt tot Barista Chocolate Quad (2015). De jongste jaren is Kasteel Rouge (2007), een blend van Kasteel Donker en kersenlikeur, de grote trekker in Oost-en West-Europa, Rusland, China, Azië en de VS. Hij compenseert de terugval van de traditionele commerciële fruitbieren. Sinds 2014 hergist de Kasteel Hoppy op fles, wat tot een smaakverdieping heeft geleid. Vooral Kasteel Blond en Kasteel Tripel zijn gebaat met de introductie van een nieuwe gist. Vooral de tripel is een stuk volmondiger, subtieler, beter gebalanceerd – ook door de Belgische hop – en de alcohol overheerst niet langer in het aroma. De Barista Chocolate Quad verrast door de aroma’s en smaak van chocolade en koffie, een stap in de wereld van de warme dranken. “We blijven sleutelen aan onze Kasteel bieren en dat maakt het zo leuk,” vindt Xavier Van Honsebrouck. Ongetwijfeld zal de nieuwe brouwerij in Izegem, operationeel vanaf 2016, een grote rol spelen in de verdere ontwikkeling en verfijning van de bieren.

Cuvee du Chateau

Met de Cuvee du Chateau (2010) zet de brouwer een stapje in de verouderde (‘aged’) bieren. “Wij hebben hier de gewoonte om een voorraad referentiebieren aan te houden om verschillende jaargangen te kunnen vergelijken,” legt Xavier uit. “Het gaat om de Kasteel Donker. Dergelijk sterk, donker bier veroudert namelijk goed. Bij verticale degustatie vergelijken we dan bijvoorbeeld een jong bier met eentje van een half jaar oud, van een jaar, drie jaar, zes jaar, negen jaar… Zo ontdekten we dat zo’n Kasteel Donker van negen jaar oud mooie toetsen van porto ontwikkelt. Maar waarom zou je negen jaar wachten? Brouwmeester Hans nam de uitdaging aan om een bier te ontwikkelen met de kenmerken van een verouderde Kasteel Donker, met gebruik van exact dezelfde ingrediënten en zonder enige toevoeging. Het resultaat? Een jong bier met de volle – gemadeiriseerde – aroma’s en smaken van een gerijpte Kasteel Donker.

Trignac

Buiten de lijntjes kleuren schrikt de brouwer niet af. Het gastronomisch bier Trignac (2013) is het geslaagde huwelijk tussen Kasteel Tripel en cognac. Xavier Van Honsebrouck haalde het idee in de Verenigde Staten waar ‘barrel aged’ bieren sinds jaren opgeld maken.  “Het leek ons een goed idee om onze tripel te laten rijpen in gebruikte cognacvaten,” vertelt hij. “Zo gezegd zo gedaan. We vulden een tiental vaten, wachten af en proefden, proefden en proefden…” Deze ‘limited edition’ draagt de toetsen van de cognac in zich, met impressies van sinaasappel. Maar je blijft wel bier proeven. Een echt degustatiebier en een prima digestief.

Passchendaele

“Passchendaele was de inzet van een weddenschap met gistexpert Filip Delvaux,” lacht Xavier Van Honsebrouck. “Volgens Filip was het onmogelijk om een pilsbier van hoge gisting te maken. We hebben het tegendeel bewezen.” De Passchendaele (2013) is een zeer doordrinkbaar en tegelijk volmondig bier met het alcoholvolume van een gewone pils. Bij de lancering kwam Xavier Van Honsebrouck in contact met het gemeentebestuur van Zonnebeke en de stichting voor monumenten van de Eerste Wereldoorlog. Zo ontstond het ‘remembrance beer’. Een deel van de opbrengst uit de verkoop vloeit terug naar de stichting voor het onderhoud van oorlogskerkhoven en –monumenten in de Westhoek (Flanders Fields). “We hadden aanvankelijk geen naam voor het bier,” lacht Xavier Van Honsebrouck. “In de brouwerij hadden we het toen over een ‘xavierke’.”

Filou

De Filou (2014) is een bier ‘met een knipoog’. Vanop het flesje en het glas houdt een schelm de drinker in de gaten, de katapult in de aanslag. Als een cupido richt hij zijn schot en voor je het weet, ben je ‘verkocht’. Filou is een echte doordrinker die complex genoeg is om in de smaak te vallen bij de liefhebbers van speciaalbieren. Deze straffe blonde is een buitenbeentje. De naam en de huisstijl vallen in de smaak bij een breed publiek in binnen- en buitenland. Ook jongeren voelen zich aangesproken door de sympatieke schelm. “Wie is hier de schelm?;” vraagt Xavier Van Honsebrouck. “De ‘filou’ die de drinker verleidt of de drinker die zich laat verleiden tot een tweede glas? ’t Is maar hoe je ’t bekijkt.”

Izegem

Met de nieuwe brouwerij in Izegem, operationeel vanaf 2016, begint een heel nieuw hoofdstuk. De voormalige brouwerij in Ingelmuster sluit voorgoed de deuren. Op een terrein van 7,5 hectare staat een gloednieuwe brouwerij, volledig geïntegreerd, uitgerust voor de productie van alle bieren, logistiek en opslag. In Izegem wordt een bezoekerscentrum ingericht, met alle horecafaciliteiten, een brouwerijwinkel enz. Je zal de brouwerij kunnen bezoeken op afspraak. Verder zijn alle faciliteiten voorhanden voor events, feesten, bedrijfsseminars en brouwersopleidingen ‘on the spot’. Brouwmeester Hans Mehuys is overtuigd dat de kwaliteit van de bieren zal verbeteren omdat er meer controlemogelijkheden zullen zijn in de nieuwe brouwerij. De brouwzaal is voorzien voor batches van 50 tot 125 hectoliter en laat een zeer flexibele organisatie toe. Tenslote zijn er voortaan volledig gescheiden circuits voor de hogegistingsbieren (Trignac, Kasteel, Brigand, Filou, Passchendaele) en de bieren van spontane en gemengde gisting (St-Louis, Bacchus) om elk risico op besmetting te kunnen voorkomen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on Google+